Het was wat tegengevallen met de vogels tot nu toe, maar we lieten ons niet uit het veld slaan. Het Lauwersmeergebied is groot, heel groot. Daarom besloten we nog even naar Ezumakeeg Zuid te rijden, bijna twee km zuidelijker. Onderweg passeerden we voor de tweede maal die dag het naampaneel van Nationaal Park Lauwersmeer …

Terwijl we stapvoets in zuidelijke richting reden, zagen we na enige tijd links van de weg een paar vogels half in het water staan. “Dat lijken me tureluurs,” zei Jetske, terwijl ze mijn camera van de achterbank pakte en me die aanreikte. Ik had de auto intussen laten uitrollen. Door het tegenlicht viel het nog niet eens mee om er een mooie foto’s van te maken, maar ik was tevreden. “Jawis,” antwoordde ik, toen ik de foto’s op het schermpje had bekeken, “dat binne myn earste tsjirken fan it jier …”



Jetske had minder geluk. Na onze vorige stop had ze haar camera’s enigszins onnadenkend allebei in de kofferruimte gelegd. Nadat ze mij mijn camera had gegeven, opende ze voorzichtig het rechter portier om gebukt naar de achterkant van de auto te kunnen lopen. Dat was echter al wat te veel van het goede. De vogels vlogen kort op om een stukje verderop tijdelijk op een zandbankje te gaan zitten. Daarna verdwenen ze uit zicht …

Dat was voor ons het sein om ook weer verder te gaan …





































